Skip to Content

Axenroos

Kinderen gaan op verschillende manieren met elkaar om. Ze spelen, praten en vechten. Ze zoeken contact, ze trekken zich terug en werken samen. Ze gaan met elkaar om zonder te weten wat er gebeurt. Ze gebruiken hun manieren van doen en ontdekken zo een wereld van relaties. Sommigen lukt dat gemakkelijk en anderen lijken uit de boot te vallen. Er zijn angsten, panieken, teleurstellingen en eenzaamheid. Maar er is ook blijdschap, vrolijkheid, vriendschap en spontaneïteit.

 

 



Onze school is een leefschool en dat betekent ook dat wij kinderen leren samen leven. Samen leven is ook kijken naar eigen gedrag en kijken naar de effecten van eigen gedrag op anderen.

Om dat verstaanbaar te maken gebruiken wij de taal die kinderen begrijpen. Het gedrag wordt gekoppeld aan de gedragingen van een dier. De taal heet: “De Stad van Axen”.

Als jouw kind naar huis komt met:”Mama ik denk dat ik teveel leeuw ben en misschien wat meer uil of kameel moet worden!” dan denkt het na over zijn/haar gedrag in dierensymbolen.

 


Ik ben de wasbeer, ik waardeer
al 't goede dat ik zie
en voor een diertje met een veer
ja, daarvoor val ik op mijn knie.

 


Ik ben de pauw, dat zie je gauw.
Ik heb wel honderd mooie veren,
ik tooi me nu met groen en blauw.
Ik toon je steeds mijn beste kleren.

 


Ik ben de poes en ik geniet
van al de streeltjes die ik kreeg,
van al de zorg die jij mij biedt.
Jij weet wel best tot wat ik neig.

 


Ik ben de bever en ik zorg
Voor jou en alleman
Voor al je zorgen sta ik borg.
Ik verzorg iedereen zoveel ik kan.

 


Ik ben de leeuw, een slimme baas.
'k Geef van de taak ieder zijn deel.
'k Wil geen protest of geblaas.
Doe nu maar snel wat ik beveel.

 


Ik ben de kameel, een beste knecht
Ik doe al wat jij mij beveelt.
Ik luister naar al wat jij me zegt.
Ik weet echt niets wat mij verveelt.

 


Ik ben de uil met mijn geheim.
Doe tegen mij maar niet zo zot.
'k Heb alles dichtgeplakt met lijm.
Mijn kistje is heel goed op slot.

 


Ik ben de schildpad en 'k verdwijn
in het holletje onder mijn schild.
Want ik heb pijn. Laat mij maar zijn
tot mijn verdriet wat is gestild.

 


Ik ben de havik en ik klauw
naar al wat slecht is en verkeerd,
wat ruw, oneerlijk is en flauw.
Zo heb je snel je les geleerd!

 


Ik ben de steenbok en 'k zeg neen!
Neen, dwing mij niet, want opgelet!
'k Stoot met mijn kop, 'k houd het stijf mijn been.
Je vindt bij mij een sterk verzet.